Vliegbasis Soesterberg


Sperwer


Graslanden


Ooievaar


Paddensnoer


Torenvalk met muis


Boompieper


Goudvink


Klapekster


Klein warkruid


Paddenstoelen


Reebok


Beuk in winter


Reegeit


Viervlek


Winterverblijf vleermuizen


Beflijster


Buizerd


Grauwe kiekendief



Griel


Grote keizerlibel


Houtpantserjuffer


Roerdomp


Kikker


Klapekster


Middelste jager
 


Oeverlibel


Raven


Ringslang


Vliegende roerdomp


Roodborsttapuit

Natuur op de vliegbasis

Tekst en foto's door: Cor Kaldenbach, voormalig Vogelwacht Vliegbasis Soesterberg
Foto vliegende roerdomp is van Arnoud Schoor

Ruimte voor natuur

Een militaire vliegbasis wordt doorgaans niet in één adem genoemd in combinatie met natuur. Immers er is veel lawaai, er staan hekken omheen en er is veel bedrijvigheid. En uiteraard staat het militaire operationele gebruik voorop. Dat wil echter niet zeggen dat er geen ruimte is voor de natuur. In tegendeel! Mede door het militair gebruik is er Rust, Ruimte en Structuur op de basis aanwezig. Op ieder militair vliegveld van de Luchtmacht is een afdeling Vogelwacht die zich in eerste instantie bezighoudt met vliegveiligheid. Daarnaast houdt deze afdeling zich bezig met natuurbehoud en waar mogelijk met natuurontwikkeling. Dit gebeurt in overleg met de verkeerleiding, de gebruiker, en de Dienst Vastgoed Defensie, de beheerder. In onderstaand virtueel rondje vliegbasis kunt U zich wellicht zelf een oordeel vormen hoe het met de natuur op de vliegbasis is gesteld.

Een licht hellende sandr

De vliegbasis is in 1913 aangelegd aan de flank van de Utrechtse Heuvelrug. De Utrechtse Heuvelrug is een stuwwal ontstaan door de stuwende werking van landijs in de voorlaatste ijstijd (Saalien). Aan het einde van deze ijstijd werd door ijssmeltwater veel materiaal van de stuwwal meegevoerd. Aan de voet van de stuwwal werd de stroomsnelheid van het smeltwater minder waardoor het meegevoerde materiaal grotendeels kon bezinken. Hierdoor zijn aan de zuidwest zijde van de stuwwallen in Utrecht smeltwaterwaaiers gevormd (sandrs). Deze sandrs worden onder andere gekenmerkt door een flauwe helling. De vliegbasis is grotendeel op een licht hellende sandr gelegen.

Het landingsterrein

Een groot gedeelte van de vliegbasis bestaat uit het zogenaamde landingsterrein. Dit is een verhard banenstelsel van start en landingsbaan en een aantal rolbanen eromheen. Vanwege de vliegveiligheid is dit terrein zo vlak mogelijk gehouden. Vanaf de midden jaren 80 zijn we hier bezig met een zogenaamd “verschralingsbeheer”. Dat wil zeggen dat er zo min mogelijk wordt gemaaid, dat het maaisel meteen wordt afgevoerd en misschien wel het belangrijkste dat er niet meer wordt bemest. Hierdoor is er steeds minder voedsel in de bodem beschikbaar voor met name die vogels die gevaar opleveren voor het vliegverkeer. Op de voedselarme zandgronden van de vliegbasis verloopt dit proces zeer snel. Tegenwoordig wordt dit terrein nog maar één keer per jaar, eind augustus, gemaaid.

Meer dan 300 soorten planten

In de loop der jaren is er een bloemenrijk en heischraal grasland ontstaan met meer dan 300 soorten planten, kruiden en grassen. Vooral op de twee baankoppen zijn er weer stukken heide ontstaan. Ook in de graslanden zien we langzaam weer stukken heide tot ontwikkeling komen. In het voorjaar zien we dan een kleurenpracht aan bloemen, kruiden en grassen ontstaan. Sommige plekken kleuren blauw/paars door de bloeiende Grasklokjes, andere plekken kleuren geel door de bloeiende Muizenoortjes, Biggekruid en Leeuwentand. Weer andere plekken kleuren beige door de Hazenpootjes en wit van het Walstro.  Later in de zomer komt daar het prachtige paars van de bloeiende Heide bij. Verspreid komen er ook bijzondere soorten voor zoals Gelobte maanvaren, Kleine steentijm, Klein warkruid en Dwergviltkruid.

Leeuweriken: 75 paartjes

 Door het verschralingsbeheer ontstaat een enorme biodiversiteit en zien we een teruggang van gevaarlijke soorten voor het vliegen zoals de Kievit, de Meeuw en de Wulp en juist een toename van allerlei kleine vogels die niet of nauwelijks gevaar opleveren voor het vliegen. Zo worden de graslanden in het voorjaar en zomer bevolkt door zo’n 75 paartjes Veldleeuwerik. Dit prachtig hoog in de lucht kwetterende vogeltje loopt in Nederland erg in aantal terug. Onderzoek heeft uitgewezen dat juist op een aantal vliegvelden van de Koninklijke Luchtmacht deze soort enorm toeneemt. Verder zien we op elk stukje heide ieder voorjaar weer de Roodborsttapuit terugkeren. Verspreid over het landingsterrein en de heide zijn er 12 broedparen. Andere soorten die op en rond het landingsterrein broeden zijn onder andere Zwarte roodstaart, Bonte vliegenvanger, Boompieper, Boomleeuwerik en Buizerd.

Bijzondere vlinders

Al die bloeiende planten en kruiden zijn natuurlijk ook bijzonder geschikt als nectarplant en waardplant voor de dagvlinders en allerlei andere ongewervelde diersoorten.  Verspreid over het terrein komen er meer dan 20 soorten dagvlinders voor. Naast de algemene soorten als de diverse Witjes, Hooibeestje en Citroenvlinder komen er ook een paar bijzondere soorten voor zoals de Kommavlinder, Geelsprietdikkopje en het Icarus- en Heideblauwtje.

Het bosgebied

Verspreid over de basis zijn meerdere bospercelen met een oppervlakte van ongeveer 168 hectare. Natuurvriendelijk bosbeheer is een belangrijke doelstelling voor het beheer van de defensiebossen. Alle maatregelen zijn uitsluitend gericht op het behouden en verhogen van natuurwaarden in de bossen. Het doel is het doen ontstaan en in stand houden van bos dat overeenkomt met de ter plaatse thuishorende bossen.

Kenmerken van natuurtechnisch bosbeheer zijn onder andere:
- Patroon van de bosvegetatie met open plekken, jong bos, volwassen bos en aftakelend bos;
- Aanwezigheid van dood hout in alle stadia van vertering;
- Soortensamenstelling met inheemse soorten die horen bij de groeiplaats.

Uitgangspunten voor beheer in de praktijk onder andere:
- Percentage open plekken circa 15%, in grootte variërend van ½ tot 1½ de uiteindelijke boomhoogte van de opstand
- Veel kleine open plekken en weinig grote open plekken
- Bij maatregelen exoten benadelen ten opzichte van inheemse soorten
- Open plekken iedere 10 jaar uitbreiden tot maximaal 15 % van het bosareaal
- Het spreiden van de leeftijdopgang
- Dik dood hout (> 40 cm) zo veel mogelijk laten liggen, streven naar minimaal 10 tot 15 % biomassa als dood hout
- (staand) Dood hout eventueel creëren door ringen, zagen of omduwen

De belangrijkste onderhoudsmaatregelen voor bossen bestaan uit het uitvoeren van snoeiwerkzaamheden, vellingen, dunningen en eventueel aanplant.

Aanplant kan plaatsvinden voor het realiseren van ecologische verbindingen en daar waar natuurlijke verjonging achterwege blijft.

Strubbenbos

Op de basis bevindt zich nog een zogenaamd “strubbenbos”. Eén van de oude boskernen van de heuvelrug, die bestaat uit eikenhakhout van zomereik en wintereik met een grote groeiplaats van de oudbosindicator Dalkruid en Adelaarsvaren. Aan de vliegbasis grenzen nog enkele grote eikenstrubbenterreinen die eveneens eigendom zijn van defensie, zoals de naastgelegen Vlasakkers en De Stompert. Deze voormalige eikenhakhoutbossen zijn de nog resterende oude boskernen van het oorspronkelijke inheemse bos waarmee de heuvelrug grotendeels bedekt was.

Broedvogels

Verspreid over de basis broeden ongeveer 50 soorten vogels. In de bossen komen vele soorten broedvogels voor. Naast de algemene soorten als Roodborst, Boomklever, Boomkruiper en diverse Mezen en Vinken broeden hier ook de Gekraagde roodstaart, Groene specht, Bosuil, Buizerd, Havik en Sperwer.

Zoogdieren

Verder wordt het bosgebied gebruikt door diverse soorten zoogdieren. De Boommarter brengt af en toe een bezoek aan één van de speciale marterkasten die verspreid over de basis hangen. Het Ree is vaste bewoner en ook soorten als Eekhoorn, Konijn, Haas, Vos, Egel en Bunzing hebben het hier blijkbaar prima naar de zin.

Het heideterrein(tje)

Op de basis bevindt zich een heideterrein van circa 7 a 8 hectare. Door de combinatie van militair gebruik, natuurlijke begrazing door konijnen en het beheer is een stukje structuurrijke en gevarieerde heide ontstaan. In de jaren 90 is hier een poel gegraven speciaal voor libellen en amfibieën. Groene kikker complex, Bruine kikker, Gewone pad en diverse Libellen en Juffers voelen zich hier thuis. De poel wordt vooral in het voorjaar af en toe bezocht door de ringslang.

Verder is de heide het leefgebied voor meerdere Zandhagedissen en het broedgebied van de Roodborsttapuit, Boompieper en Boomleeuwerik. Het beheer bestaat uit zeer kleinschalig maaien en afvoeren en het open houden van zanderige plekken voor met name de Zandhagedis. Plaggen gebeurt alleen wanneer er overheersende vergrassing ontstaat of om extra kleine zanderige plekken te creëren.

Zoom en mantelvegetatie worden verder ontwikkeld. Jonge Berken en Grove dennen worden gehandhaafd als uitkijkpost voor de Roodborsttapuit die hier ieder jaar met meerdere broedparen aanwezig is.

Op dit terrein moeten in de toekomst twee corridors samenkomen. Vanuit het westen een bos corridor met als ambitieniveau Boommarter en een oostelijke bos/heide verbinding met als ambitieniveau zelfs het Edelhert. Voor de verbinding met de Soester bossen en lange duinen wordt een ecoduct aangelegd over de spoorverbinding Utrecht/Amersfoort.

Vleermuizen

In de winterperiode herbergt de basis al jaren lang een populatie overwinterende vleermuizen. Op de vliegbasis zijn meer dan 30 verblijven geschikt gemaakt en ingericht als winterverblijf voor deze diersoort. Sommige verblijven, zoals de schuilbunkers zijn bovengronds en begroeid. Andere verblijven zijn ondergronds. Eén keer per jaar worden deze verblijven bezocht door vrijwilligers van de Vleermuis Werkgroep Defensieterreinen. Tijdens deze inventarisatie wordt geteld hoeveel vleermuizen van welke soort aanwezig zijn in de verblijven. Ieder jaar is er weer een toename van het aantal overwinterende dieren. Tijdens de telling van 2008 zijn er meer dan 200 vleermuizen in de verblijven geteld. Verreweg de meest voorkomende soort is de Watervleermuis. Daarnaast worden er ook enkele Franjestaarten, Grootoren en Baardvleermuizen waargenomen. In de zomerperiode wordt de basis ook gebruikt door Gewone dwergvleermuizen, Rosse vleermuizen en Laatvliegers.

Tenslotte: wat feiten

Het zou te ver gaan om echt alles wat vliegt, loopt, kruipt, groeit en bloeit te beschrijven maar een rondje vliegbasis levert al snel de volgende feiten op:

- Meer dan 300 soorten planten en kruiden

- Ongeveer 130 soorten paddenstoelen

- Ongeveer 50 soorten broedvogels

- 20 soorten libellen en juffers

- 28 soorten dagvlinders

- 3 soorten reptielen

- 4 soorten amfibieën

- 7 soorten vleermuizen

- Meer dan 20 soorten zoogdieren

 

gebruik het volledige scherm