Verslag Slootles

Verrukking en afgrijzen bij slootles basisscholen (verslag 2005)

“Het gaat er niet om dat de kinderen in een uurtje alle beestjes die in de sloot voorkomen, leren kennen. Belangrijker is dat ze beseffen dat er meer is in een sloot dan kroos en vissen,” zegt Jeroen Vis. Hij slaat de spijker op z’n kop met die opmerking. De oh’s en ah’s zijn niet van de lucht als de kinderen vooroverbogen over emmers en teiltjes spieden naar het gewriemel in het slootwater. De slootles van het IVN is met voorrang de leukste biologieles van het jaar, vinden ze van groep 6 van protestants-christelijke basisschool De Bron uit de wijk Overhees. Ook meester Leo Spaans is enthousiast: “Verschrikkelijk leuk,” zegt hij. “Alleen jammer dat er geen jonge krokodillen opdoken.”

Krokodillen of niet, een doorsnee Hollandse sloot blijkt echter genoeg op te leveren voor een spannend uurtje. De jongens vergapen zich aan een forse larve van de geelgerande waterkever die zich heeft vastgeklampt aan een kikkervisje (van de groene kikker, de bruine kikkers zijn alweer een stadium verder). Een gruwelijk maar boeiend schouwspel voltrekt zich voor hun ogen. Door de kaken, die hol zijn, wordt een bruin vocht in de prooi gepompt. Het is giftig en eiwitoplossend en betekent een onherroepelijk, akelig einde voor het kikkervisje. De vloeistof wordt later weer opgezogen door de larve, samen met het eerste opgeloste voedsel. De meeste meisjes gruwen ervan: “Zielig!” Maar zo is de natuur, vertellen barmhartige IVN’ers hen. De larve van de geelgerande watertor is een echte killer, een roofzuchtig monster, verzekert Pieter Augustinus hen. En er bestaat zelfs een nog grotere waterkever.

Ook de bloedzuigers trekken de aandacht. Meisjes gillen, jongens doen stoer, maar wat stellen ze nou eigenlijk voor? Ze trekken zich in en rekken zich uit maar ze doen eigenlijk niets. Een paar kinderen proberen het diertje met een takje tot actie te bewegen, maar de bloedzuigers zwemmen alleen maar gemoedelijk rond zonder hun naam eer aan te doen.

Alleen al met een groot schepnet vissen, dat vinden alle kinderen leuk. Natte sokken krijg je ervan. En dan gauw de inhoud in het water kieperen, want de beestjes kunnen natuurlijk niet zonder water. En dan begint het zoeken naar wat het water nog meer te bieden heeft dan de larve van de geelgerande waterkever. Waterspin, poelslakje, bootsmannetje, haftelarfje, kokerjuffer, duikerwants, rode mijt, vlokreeftje, tubifex, in een uur tijd wordt het vocabulaire van de kinderen uitgebreid met een serie nieuwe woorden. En dan hebben we het nog niet over de waterschorpioen of de staafwants die de kinderen, tot teleurstelling van de IVN’ers, dit keer niet hebben kunnen vinden.

Dat er in een paar liter water zoveel dieren zitten, weten de kinderen niet. Wie goed kijkt met een loep ziet nog meer minuscuul leven krioelen. “Durf jij slootwater te drinken?” vraagt een jongen aan een meisje. “Nooit!”, verzekert ze met de wetenschap die ze vanmiddag heeft opgedaan.

Na een uur is de pret helaas voorbij. De kinderen pakken hun fiets en gaan onder begeleiding van de meester en een paar ouders weer terug naar school. Straks hebben ze thuis van alles te vertellen.

Piet van Dijk

natuurgids in opleiding

 

gebruik het volledige scherm